Projects:Het gewicht van dingen / Le poids des choses / The weight of things

From DiVersions
Revision as of 20:42, 19 November 2020 by Ccl (talk | contribs)
Jump to navigation Jump to search

The weight of things

Weight screenshot.png di.versions.space/the-weight-of-things

The weight of things brings forward the space of negotiation that lies behind declaring intangible heritage elements, which remains invisible in the inventory as currently represented through the database. By drawing a parallel between the care work involved in the assemblage of a heritage element and the formalist actants, such as the form for entering elements into the database , this project highlights the "weight" of intangible heritage objects as the narrative space between use and representation.

The name of the project comes from the “sorting weight” setting”, a function which is only accessible to immaterieelerfgoed.be moderators. The setting determines in what order the elements should be displayed on the website. Although a common feature of online sites, it is a trace of the many ways in which moderators imprint the public interaction with heritage and the materiality of intangible things.

As elements of intangible heritage march past the visitor, the order in which they make their appearance can be changed.

  • Project developed by Cristina Cochior
  • Collection: immaterieelerfgoed.be
  • Site architecture: Ruben van de Ven
  • Interviewee: Ellen Janssens

Weight gallery01.JPG Weight gallery02.JPG

A close reading by Anne Laforet, October 2020

The Weight of Things by Cristina Cochior consists of an interface to question the sociotechnical device of the Werkplaats Immaterieel Erfgoed, an institute working on intangible cultural heritage in Flanders. The web user will get to hear a conversation with Ellen Janssens, who moderated the database of the Werkplaats Immaterieel Erfgoed’s collection, while at the same time manipulating a parade of images from the collection. These images are only accompanied by their file name; there is no access to other contextual elements (depicted activities and/or persons, places, dates ...). The scrolling order of the images depends on a parameter of the images in the institution’s database, namely the possibility to give a weight (in percentage) to any given image so that it is highlighted on the institute’s website (immaterieelerfgoed.be). This weight is manually adjusted by the person who moderates the website’s database, and in Cristina Cochior’s experimental device, it is the web user who has to make the images scroll, by moving a cursor or by selecting the next image. Thus, the title of the project refers to this function and more in general to the act of conferring a body to what is immaterial – both the intangible heritage as well as the digital images. At the same time, it evokes a form of gravity. This weight is also a trick by the database developers to counter the absence of algorithmic automation, due to a lack of funds. The act of listening to the conversation between Ellen Janssens and Cristina Cochior is affected by the manipulation of the order of the images by the web user, which can be troubling at times, as it is not possible to control how the conversation or the images move along.

Through the rapid scrolling of the images we can get a glimpse of elements in the Werkplaats Immaterieel Erfgoed’s database, but we cannot engage in individual practices, nor recognise situations beyond the rapid visual information (whether the photograph contains humans, whether it was taken inside or outside, whether there are any indicators of age, race, gender, class, whether the photograph seems recent...). The parade of images is not only a way to show images in a certain order and time lapse, it is also a display window for the activities of this living intangible heritage, whose ambiguity and ambivalence are pointed out by Cristina Cochior. In French (the mother tongue of the author of this text), the word for heritage is ‘patrimoine’, which refers to the patriarchy and to paternalism, as well as to the transmission of goods within the heteronormative family, in a society that is made up of family units – a far cry from the idea of the commons where resources are shared and maintained by a community. The English term ‘heritage’ and the Dutch word ‘erfgoed’ relate to the same fields.

This partial control of the interface that intertwines sound and images reflects the different interlacing mechanisms that occur throughout this project. The choice to interview the database moderator instead of other players (in the specific context of Werkplaats Immaterieel Erfgoed or more in general in the Flemish domain of intangible cultural heritage) allows us to shine a light on a certain number of operations that are necessary in order to materialise such a database and which are otherwise invisible as a caretaking and relational practice. The conversation enters into detail about the role of the mediator in assisting people who want to have their practices inventoried as intangible cultural heritage according to the definition of the UNESCO charter, and the negotiations between the different players involved (practitioners of this living heritage, associations, Flemish government) in order to simplify the procedure, so that more people contribute to this inventory. This institutional quest for diversification of the practices and practitioners is described by Ellen Janssens through the setting up of a second database, and the transition from one system to the other. Operations in the databases materialise the tensions in the daily moderation practices centred around the relationships and values of the different players. Another form of interlacing is the relationship between the artist and the institute, through the usage of data for a piece of work in a context that is different from the one of the original institute. In the case of The Weight of Things, the data were exported by the institute and handed over to the artist, in contrast to other interventions of DiVersions whereby the data were obtained through scraping of publicly accessible data. This access to data, and to the circumstances of their production and their operators, creates relationships of both trust and duty, similar to acts of care. Thus, the artist finds herself at the crossroads of the institute’s conservation and promotional logic and the curiosity and generosity of the players in the same institute.


Het gewicht van dingen

Weight screenshot.png di.versions.space/the-weight-of-things

Het gewicht van de dingen brengt de onderhandelingsruimte naar voren in het proces dat er toe leidt dat een traditie of gewoonte tot immaterieel erfgoed wordt verklaard. Die ruimte blijft onzichtbaar in de inventaris zoals die in de database wordt weergegeven. Door een parallel te trekken tussen het zorgwerk dat mensen rond een erfgoed-element doen, en de formele actanten, zoals de formulieren waarmee elementen in de database worden ingevoerd, belicht dit project de geschiedenis van het immaterieel erfgoedobject als een narratieve ruimte tussen gebruik en representatie in.

De titel van het project is afkomstig van de ‘sorting weight setting’, een instelling die alleen toegankelijk is voor moderateurs van immaterieelerfgoed.be. Deze instelling bepaalt in welke volgorde de elementen moeten worden getoond op de website. Hoewel zo'n functie in de meeste online sites aanwezig is, is het een weerslag van de subtiele manier waarop moderatoren hun stempel drukken op de interactie tussen publiek en erfgoed, en daarmee de ongrijpbaarheid van immateriële zaken materialiseren.

Terwijl immateriaal erfgoed elementen voor de bezoeker langsmarcheren, kan de volgorde waarin ze verschijnen worden aangepast.

  • Project ontwikkeld door Cristina Cochior
  • Website architectuur: Ruben van de Ven
  • Interview met: Ellen Janssens
  • Collectie: immaterieelerfgoed.be

Weight gallery01.JPG Weight gallery02.JPG

Een aandachtige lezing van Anne Laforet, oktober 2020

Het gewicht van dingen (The weight of things) van Cristina Cochior bevraagt, via een interface, de socio-technische aspecten van de Werkplaats Immaterieel Erfgoed (WIE), een organisatie die zich toelegt op immaterieel cultureel erfgoed in Vlaanderen. De internetgebruiker wordt uitgenodigd om een interview te beluisteren met Ellen Janssens, moderator van de database van de collectie van de Werkplaats Immaterieel Erfgoed, die een beeldparade uit de collecties van WIE moest manipuleren. De afbeeldingen gaan enkel vergezeld van de naam van hun bestand, maar er wordt geen toegang verleend tot andere contextuele elementen (afgebeelde activiteiten en/of personen, plaatsen, data enz.). De volgorde van de beeldparade wordt bepaald door een parameter in de database, die het mogelijk maakt om een percentage – dat de belangrijkheid van de afbeelding aanduidt – toe te voegen aan een afbeelding, om zo te bepalen waar ze verschijnt op de website van WIE (immaterieelerfgoed.be). Dit 'gewicht' wordt handmatig aangepast door de persoon die de database van de website beheert. In de experimentele interface die Cochior creëerde, is het aan de internetgebruiker om de volgorde van de beeldparade te bepalen door de cursor te verplaatsen of door de volgende afbeelding te selecteren. De titel van het project verwijst dus naar deze functionaliteit en speelt, meer in het algemeen, in op het gegeven om het immateriële (zowel immaterieel cultureel erfgoed als digitale beelden) een stoffelijkheid te verlenen. Hij evoceert ook een graad van belangrijkheid. Dit 'gewicht' is ook een trucje van de databaseontwikkelaars, als compensatie voor het gebrek aan algoritmische automatisering – die door gebrek aan middelen niet doorgevoerd kon worden.

Wanneer je online luistert naar het interview tussen Ellen Janssens en Cristina Cochior wordt wàt je hoort beïnvloed door de manier waarop je de volgorde van de beelden manipuleert. Op bepaalde momenten kan dat storend zijn, omdat het niet mogelijk is zelf te bepalen hoe het interview of de beelden zich ontvouwen.

Door snel te scrollen door de beelden kom je terecht op elementen van de WIE-databank, maar je krijgt geen individuele praktijken te zien, noch situaties die buiten de snelle visuele informatie vallen – of er mensen op de foto staan, of hij binnen of buiten werd gemaakt, kenmerken als leeftijd, ras, geslacht, klasse, of de foto recent is, enz. De beeldparade is niet alleen een manier om beelden in een orde en een tijdsverloop te tonen, maar is tegelijk een vitrine van de activiteiten van dit levende immateriële erfgoed, waarvan Cristina Cochior de ambiguïteit en ambivalentie aantoont. In het Frans verwijst 'la patrimoine' naar patriarchaat en paternalisme, en naar de overdracht van goederen binnen de heteronormatieve familie, met een de samenleving die bestaat uit familie-eenheden, wat ver afstaat van het idee van de commons, met een gemeenschap die bestaansmiddelen deelt en onderhoudt. Ook het Engelse 'heritage' en de Nederlandse termen 'erfgoed' en 'patrimonium' hebben die connotaties.

Deze gedeeltelijke controle van de interface, die geluid en beeld met elkaar verweeft, verwijst naar de verschillende modi van verstrengeling die in dit project voorkomen.

Omdat de database-moderator wordt geïnterviewd, eerder dan andere actoren/actrices (in de specifieke context van WIE, of meer algemeen Vlaamse actoren in het immaterieel cultureel erfgoed), is het mogelijk een een aantal handelingen zichtbaar te maken die nodig zijn voor de totstandkoming van een dergelijke databank maar die als zorgzame en relationele praktijk uit zicht verdwijnen. Uit het interview blijkt, in detail, de rol die de moderator speelt bij het ondersteunen van mensen die hun praktijken willen laten opnemen in de inventaris van immaterieel cultureel erfgoed, zoals hij gedefinieerd wordt door het UNESCO-charter. Dit omvat tevens de onderhandelingen tussen de verschillende actoren – beoefenaars en beoefenaarsters van dit levend erfgoed, verenigingen, de Vlaamse overheid – opdat de procedure wordt vereenvoudigd en dus meer mensen kunnen bijdragen aan deze inventaris. De institutionele zoektocht naar de inclusie van een diversiteit aan praktijken en beoefenaars wordt door Ellen Janssens beschreven aan de hand van de oprichting van een tweede database en de overgang van het ene systeem naar het andere. Operaties in databases materialiseren de spanningen rond relaties en waarden tussen de verschillende actoren/actrices die in de dagelijkse praktijk van een moderatrice voorkomen.

Een andere vorm van verstrengeling is de relatie tussen de kunstenaar en de organisatie, wanneer data worden gebruikt voor een werk dat zich inschrijft in een context die verschilt van die van de oorspronkelijke organisatie. In het geval van Het gewicht van dingen werden de gegevens geëxporteerd door de instelling en ter beschikking gesteld van de kunstenaar, in tegenstelling tot andere 'DiVersies', waar de gebruikte gegevens afkomstig zijn van openbaar toegankelijke data, middels scraping. Deze toegang tot gegevens – en tot de productievoorwaarden en de operatoren – schept vertrouwensrelaties en verplichtingen die vergelijkbaar zijn met de relaties en de verplichtingen die ontstaan rond zorghandelingen. Zo bevindt de kunstenares zich dus op een kruispunt, met enerzijds de institutionele logica van behoud en promotie, anderzijds de nieuwsgierigheid en vrijgevigheid van de actoren/actrices uit diezelfde instellingen.


Le poids des choses

Weight screenshot.png di.versions.space/the-weight-of-things Le poids des choses met en avant l’espace de négociation qui se cache derrière l'acte de déclarer des éléments du patrimoine immatériel et qui reste invisible dans l’inventaire tel que représenté par la base de données. En établissant un parallèle entre le travail impliqué dans l’assemblage d’un élément du patrimoine et les agents formalistes, tels que le formulaire de demande d'entrée d'un élement dans la base de donée, ce projet met en évidence le "poids" des élements du patrimoine immatériel comme espace narratif entre l'utilisation et la représentation.

Le nom du projet vient du réglage ‘trier les poids’, qui n’est accessible qu’aux gestionnaires de contenu d’immaterieelerfgoed.be. Le réglage détermine dans quel ordre les éléments doivent être affichés sur le site web. Bien qu’il s’agisse d’une caractéristique commune des sites en ligne, il reflète les nombreuses manières avec lesquelles les modérateur.rice.s imprègnent l’interaction du public avec le patrimoine ainsi que la forme physique des choses immatérielles.

Lorsque des éléments du patrimoine immatériel défilent devant le.la visiteur.euse, l'ordre dans lequel ils font leur apparition peut être modifié.

  • Projet développé par Cristina Cochior
  • Architecture de site: Ruben van de Ven
  • Interviewée: Ellen Janssens
  • Collection: immaterieelerfgoed.be

Weight gallery01.JPG Weight gallery02.JPG

Une lecture attentive par Anne Laforet, octobre 2020

Le poids des choses de Cristina Cochior propose une interface qui interroge le dispositif socio-technique de la Werkplaats Immaterieel Erfgoed, une institution dédiée au patrimoine culturel immatériel en Flandres. L'internaute est invité·e à écouter un entretien avec Ellen Janssens qui a modéré la base de données de la collection de la Werkplaats Immaterieel Erfgoed, tout en manipulant une parade d'images issues de ces collections. Ces images sont seulement accompagnées du nom de leur fichier, aucun accès n'est donné à d'autres éléments de contexte (activités et/ou personnes représentées, lieux, dates...). L'ordre qui prévaut à la parade dépend d'un paramètre des images dans la base de données de l'institution, la possibilité d'ajouter un poids (en pourcentage) à une image donnée afin qu'elle se retrouve mise en avant sur le site web de l'institution (immaterieelerfgoed.be). Ce poids est ajusté manuellement par la personne qui modère la base de données du site, et dans le dispositif expérimental mis en place par Cristina Cochior, c'est à l'internaute de faire défiler les images, en déplaçant un curseur ou en sélectionnant l'image suivante. Le titre du projet fait donc référence à cette fonctionnalité, et plus largement joue sur le fait de donner corps à ce qui est immatériel, autant le patrimoine culturel que les images numériques. Il évoque également une forme de gravité. Ce poids est aussi une astuce des développeur·ses de la base de données pour pallier l'absence d'automatisation algorithmique, faute de fonds. L'écoute de la captation audio de l'entretien entre Ellen Janssens et Cristina Cochior est conditionnée par la manipulation de l'ordre des images par l'internaute, ce qui peut être troublant à certains moments, car il n'est pas possible de contrôler comment l'entretien ou les images défilent.

Le défilement rapide des images nous permet de saisir des éléments de la base de données de Werkplaats Immaterieel Erfgoed mais ne nous permet pas d'entrer dans des pratiques individuelles, de reconnaître les situations au-delà d'informations visuelles rapides (si la photographie comporte des humaine·s, si elle a été prise à l'intérieur ou à l'extérieur, si des indicateurs d'âge, de race, de genre, de classe apparaissent, si la photographie semble récente...). La parade n'est pas seulement une forme pour montrer des images dans un ordre et un temps, mais est une vitrine des activités de ce patrimoine intangible vivant dont Cristina Cochior pointe l'ambiguïté et l'ambivalence. Dans la langue française (la langue maternelle de l'autrice de ce texte), le patrimoine renvoie au patriarcat et au paternalisme, ainsi qu'à la transmission des biens à l'intérieur de la famille hétéronormative, et où la société est composée d'unités familiales, loin de l'idée de communs où les ressources sont partagées et maintenues par une communauté. Les termes anglais d'heritage et néerlandais d’erfgoed renvoie au même champ.

Ce contrôle partiel de l'interface qui imbrique son et images renvoie aux différents modes d'enchevêtrement qui transparaissent dans ce projet. Le choix d'interviewer la modératrice de la base de données au lieu d'autres acteur·rices (dans le contexte spécifique de la Werkplaats Immaterieel Erfgoed ou bien plus généralement parmi les acteur·rices flamands du patrimoine culturel immatériel) permet de rendre visible un certain nombre d'opérations nécessaires à la matérialisation d'une telle base de données et qui sont invisibilisées en tant que pratique de soin et de relation. L'entretien décrit en détail le rôle de la médiatrice dans l'accompagnement des personnes souhaitant inventorier leurs pratiques comme constitutives du patrimoine culturel immatériel selon la définition de la charte de l'UNESCO, et la négociation entre les différents acteur·rices (praticien·nes de ce patrimoine vivant, associations, gouvernement flamand) pour que la procédure soit simplifiée afin que plus de personnes contribuent à cet inventaire. Cette quête institutionnelle d'une diversité des pratiques et des praticien·nes est décrite par Ellen Janssens à travers la mise en place d'une seconde base de données, et de la transition d'un système à l'autre. Les opérations dans des bases de données matérialisent les tensions dans la pratique quotidienne de modération autour des relations et des valeurs des différent·es acteur·rices. Une autre forme d'intrication est la relation entre l'artiste et l'institution à travers l'usage des données pour un travail qui s'inscrit dans un contexte distinct de celui de l'institution d'origine. Dans le cas de Le poids des choses, les données ont été exportées par l'institution et fournies à l'artiste, contrairement aux autres dispositifs de DIVersions où les données utilisées sont issues de scraping de données publiquement accessibles. Cet accès aux données, ainsi qu'aux conditions de production de celles-ci et aux opérateur·rices, crée des relations à la fois de confiance et d'obligation, de manières similaires à des actes de soin. L'artiste se trouve ainsi à la croisée des logiques institutionnelles de conservation et de promotion et de la curiosité et générosité des acteur·rices de ces mêmes institutions.